|
Na de oorlog hadden nogal wat mensen
luizen, maar er was ook schurft bijvoorbeeld. Ook waren
er een soort tuinhuisjes waarin mensen met tbc lagen.
Een enkeling lag in een kamertje bij een open raam. Ik
herinner me Cor nog, die tbc had en sigaretten verkocht
voor een dubbeltje aan het open raam.
Af en toe zagen we de zwerver Tieneske Borgers (die
eigenlijk M. Borghs heette), als hij ging eten bij het
klooster. Toen het ministerie na de bevrijding bij de
gemeente Deurne naar hem informeerde, schreef Deurne dat
de heer "Borghs nog altijd zwervende" was.
Na de oorlog was er een
groot tekort aan woonruimte. Daarom werden bouwsels als
kippenhokken, gebouwtjes van de wehrmacht en dergelijke
gebruikt als woonruimte. Maar veel pas getrouwde
stelletjes moesten een woning met tweeën delen. De
gemeente vorderde ook wel goederen om huizen op te
knappen die tijdens de oorlog beschadigd waren. Enkelen
woonden onder erbarmelijke omstandigheden.
Bij de ingang van de kerk
hingen foto's van jongens uit de buurt die verplicht
naar 'Ons' Indië werden gestuurd toen er bij lange na
niet voldoende vrijwilligers bleken te zijn om de
Indonesiërs weer opnieuw onder de knoet te krijgen.
Als die jonge mannen er hun tijd in Indië hadden
opzitten en weer huiswaarts keerden, dan werd hun huis
versierd met een ereboog en een bord met "Welkom Thuis",
's avonds was er dan een feest met orkest voor familie
en buurt.
Er was slechts één persoon die zich ertegen verzette dat
Nederlandse jongens werden ingezet om het op te nemen
tegen het volk van Indonesië dat na een paar honderd
jaar kolonisatie en uitbuiting genoeg had van de
Hollanders. Het was Frans Obers uit Deurne die deze
kritiek op het Nederlandse beleid ten opzichte van
Indonesië durfde te uiten in de "Deurnesche Courant".
Hij verwees er ook naar, dat wij de Duitse bezetting ook
bepaald geen pretje hadden gevonden. De Binnenlandse
Strijdkrachten grepen meteen in en namen de nog niet
bezorgde bladen in beslag. Obers, die tot dan werkzaam
was bij de gemeentelijke sociale dienst van Deurne werd,
toen bekend werd dat hij het artikel geschreven had, op
staande voet ontslagen.
De redactie van de "Deurnesche Courant" betuigde haar
spijt dat het artikel hen door de vingers was geglipt,
wat natuurlijk niet waar was. Het artikel zorgde ook
weer voor koren op de molen van de heren van "Het Licht"
die op hun beurt weer stof genoeg hadden om verder te
ruziën tegen het andere blad. En dat gebeurde!
Het was de tijd dat de kerk nog vol zat op zondag. De
vrouwen en meisjes links, met hoofddoek of iets anders
op het hoofd en jongens en mannen aan de rechterkant,
zonder hoofddeksel. Hoofddoeken waren nog gewoon 'in' in
die tijd. Daarom kregen ook veel meisjes van hun
verloofden een nieuwe hoofddoek met sinterklaas en de
jonge mannen kregen op hun beurt leren handschoenen als
surprise. Een jonge vrouw met los wapperende haren werd
soms nog met een afkeurende blik nagestaard. De pastoor
riep, tijdens de preek, de verschillende buurten
nog op om turf voor zijn kachel of mest voor zijn tuin
te bezorgen of wat anders. De hel bestond nog en daarom
ook werden wij kinderen bij voorbeeld vanuit school
afgemarcheerd naar de kerk om er, een voor een, in het
hokje bij pastoor of kapelaan plaats te nemen onze
zonden op te biechten om ons zodoende te behoeden voor
vagevuur en die gruwelijke hel. En god zag alles zoals
maar al te goed bleek uit de alziende ogen die vanaf de
ingelijste prenten in heel wat gezinnen de huis- of
slaapkamers binnen keken.
Sommigen, die het wat breder hadden, kwamen met door een
paard getrokken koets naar de kerk. Er waren toen nog
boerinnen die getooid met poffer en al naar de kerk
kwamen.
Op het Sint Jozefplein zaten mensen in de zomer 's avonds buiten te
buurten. Maar overdag gebeurde het ook een enkele keer
dat er twee vrouwen op de vuist gingen. Niet echt op de
vuist, maar ze vlogen elkaar in de haren zodat ze beiden
triomfantelijk, elk met met een pluk haar,
hun buit konden laten zien. De vuisten kwamen er pas
later aan te pas, als de mannen thuis gekomen waren van
hun werk. Die gingen dan alsnog op de vuist en wel
zodanig dat de hulp van de politie werd ingeroepen omdat
een van hen niet van ophouden wilde weten. Uiteindelijk
werd die door agent Eederveen in een houtgreep genomen
tot de rust was weergekeerd.
In de Sint Jozefparochie
woonden ook een paar mensen met een kunstje. Jan maakte
een pook gloeiend in de kachel en plaatste die tussen
zijn tanden. Thieu liet een zakhorloge met ketting
eraan en daar nog eens een rozenkrans aan in zijn keel
glijden tot aan het kruisje en haalde dan de hele handel
er weer uit. En Toon, buurjongen van Thieu, brak een
scheermesje doormidden, stopte het in zijn mond en
kauwde het net zo lang fijn tot het een fijn poeder was
geworden. Hij stak dan zijn tong uit om het resultaat
aan de toeschouwer te laten zien en slikte het
vervolgens in. In de kroeg deed hij het wel eens voor
een glas bier. Toon had zwaar astma, maar rookte altijd
zware shag in zijn pijp. Hij stierf vrij jong. Jan
en Thieu zijn ook niet oud geworden.
Dan woonde er nog Sjang
Weerts, die een minidierentuintje had met allerlei
gevogelte en dieren. Soms ging hij wandelen met een
jonge vos aan een riempje.
Er was het gezin Pols dat aan de St. Jozefstraat woonde.
De vader ging altijd zwemmen met zijn twee dochters
Dymphie en Adje in Clauskes Kuil. Ze konden heel goed
zwemmen. Eens zag ik die twee meisjes langs hun huis op
een zomerdag in zwempak in een stortbui staan.
Na de bevrijding barstte het
plotseling van de helden in Deurne. Ook al hadden
ze zich in geen enkel opzicht tijdens de bezetting
verdienstelijk gemaakt. Die 'helden' knipten vrouwen
kaal die in hun ogen vriendschappelijke betrekkingen met
de bezetter hadden gehad. Jammer dat ze zich later niet
publiekelijk op de borst hebben geklopt, zoals dat soort
nogal eens geneigd is te doen. Ze hadden dan bijvoorbeeld de Deurnese geschiedenis in kunnen gaan als de
"kaalknippers van Deurne" of zo iets.
Enige tijd later ontstond er flinke heibel in Deurne.
Toen werd er om het hardst geroepen hoe goed ze
zelf geweest waren tijdens de Duitse bezetting en hoe
slecht de ander zich had gedragen.
Die strijd werd uitgevochten door de twee plaatselijke
Deurnese weekbladen van na de oorlog "De Deurnesche
Courant" en "Het Licht". De strijd duurde een paar jaar
en bloedde toen dood.
Het Nieuwsblad van Deurne en "De Zuidwillemsvaart", de
twee bladen die hier tijdens de bezetting verschenen, hadden zich bepaald niet heldhaftig getoond en
verdwenen van het toneel.
Ook tijdens de raadsvergaderingen ging het nogal eens
hard tegen hard. Willem Wijnen, opposant en sympathisant
van de "Deurnesche Courant' kon fel van leer trekken
tegen het gemeentelijk beleid tijdens de Duitse
bezetting. Toen aan de raad voorgesteld werd om Wouter
Kortooms die directeur was van het gemeentelijk
veenbedrijf (vader van Toon Kortooms) eervol ontslag te
verlenen, protesteerde Willem hevig. Die man, zei hij,
heeft de lonen tijdens de bezetting zo laag gehouden dat
de mensen wel genoodzaakt waren om in Duitsland te gaan
werken. Van de andere kant kwam er kritiek op Wijnen
omdat hij tijdens de bezetting extra bonnen vroeg voor
een boer op Vreekwijk waar hij nogal eens iets van
gekregen had tijdens de bezetting.
|