E-mail: tij@kools.nl   

 
 

  Deel 3

Sint Jozefparochie

Na de oorlog hadden nogal wat mensen luizen, maar er was ook schurft bijvoorbeeld. Ook waren er een soort tuinhuisjes waarin mensen met tbc lagen. Een enkeling lag in een kamertje bij een open raam. Ik herinner me Cor nog, die tbc had en sigaretten verkocht voor een dubbeltje aan het open raam.
Af en toe zagen we de zwerver Tieneske Borgers (die eigenlijk M. Borghs heette), als hij ging eten bij het klooster. Toen het ministerie na de bevrijding bij de gemeente Deurne naar hem informeerde, schreef Deurne dat de heer "Borghs nog altijd zwervende" was.

     
     

Na de oorlog was er een groot tekort aan woonruimte. Daarom werden bouwsels als kippenhokken, gebouwtjes van de wehrmacht en dergelijke gebruikt als woonruimte. Maar veel pas getrouwde stelletjes moesten een woning met tweeŽn delen. De gemeente vorderde ook wel goederen om huizen op te knappen die tijdens de oorlog beschadigd waren. Enkelen woonden onder erbarmelijke omstandigheden.

Bij de ingang van de kerk hingen foto's van jongens uit de buurt die verplicht naar 'Ons' IndiŽ werden gestuurd toen er bij lange na niet voldoende vrijwilligers bleken te zijn om de IndonesiŽrs weer opnieuw onder de knoet te krijgen.
Als die jonge mannen er hun tijd in IndiŽ hadden opzitten en weer huiswaarts keerden, dan werd hun huis versierd met een ereboog en een bord met "Welkom Thuis", 's avonds was er dan een feest met orkest voor familie en buurt.
Er was slechts ťťn persoon die zich ertegen verzette dat Nederlandse jongens werden ingezet om het op te nemen tegen het volk van IndonesiŽ dat na een paar honderd jaar kolonisatie en uitbuiting genoeg had van de Hollanders. Het was Frans Obers uit Deurne die deze kritiek op het Nederlandse beleid ten opzichte van IndonesiŽ durfde te uiten in de "Deurnesche Courant". Hij verwees er ook naar, dat wij de Duitse bezetting ook bepaald geen pretje hadden gevonden. De Binnenlandse Strijdkrachten grepen meteen in en namen de nog niet bezorgde bladen in beslag. Obers, die tot dan werkzaam was bij de gemeentelijke sociale dienst van Deurne werd, toen bekend werd dat hij het artikel geschreven had, op staande voet ontslagen.
De redactie van de "Deurnesche Courant" betuigde haar spijt dat het artikel hen door de vingers was geglipt, wat natuurlijk niet waar was. Het artikel zorgde ook weer voor koren op de molen van de heren van "Het Licht" die op hun beurt weer stof genoeg hadden om verder te ruziŽn tegen het andere blad. En dat gebeurde!

 
Het was de tijd dat de kerk nog vol zat op zondag. De vrouwen en meisjes links, met hoofddoek of iets anders op het hoofd en jongens en mannen aan de rechterkant, zonder hoofddeksel. Hoofddoeken waren nog gewoon 'in' in die tijd. Daarom kregen ook veel meisjes van hun verloofden een nieuwe hoofddoek met sinterklaas en de jonge mannen kregen op hun beurt leren handschoenen als surprise. Een jonge vrouw met los wapperende haren werd soms nog met een afkeurende blik nagestaard. De pastoor riep, tijdens de preek,  de verschillende buurten nog op om turf voor zijn kachel of mest voor zijn tuin te bezorgen of wat anders. De hel bestond nog en daarom ook werden wij kinderen bij voorbeeld vanuit school afgemarcheerd naar de kerk om er, een voor een, in het hokje bij pastoor of kapelaan plaats te nemen onze zonden op te biechten om ons zodoende te behoeden voor vagevuur en die gruwelijke hel. En god zag alles zoals maar al te goed bleek uit de alziende ogen die vanaf de ingelijste prenten in heel wat gezinnen de huis- of slaapkamers binnen keken.
Sommigen, die het wat breder hadden, kwamen met door een paard getrokken koets naar de kerk. Er waren toen nog boerinnen die getooid met poffer en al naar de kerk kwamen.

 Op het Sint Jozefplein zaten mensen in de zomer 's avonds buiten te buurten. Maar overdag gebeurde het ook een enkele keer dat er twee vrouwen op de vuist gingen. Niet echt op de vuist, maar ze vlogen elkaar in de haren zodat ze beiden triomfantelijk, elk  met met een  pluk haar, hun buit konden laten zien. De vuisten kwamen er pas later aan te pas, als de mannen thuis gekomen waren van hun werk. Die gingen dan alsnog op de vuist en wel zodanig dat de hulp van de politie werd ingeroepen omdat een van hen niet van ophouden wilde weten. Uiteindelijk werd die door agent Eederveen in een houtgreep genomen tot de rust was weergekeerd.

In de Sint Jozefparochie woonden ook een paar mensen met een kunstje. Jan maakte een pook gloeiend in de kachel en plaatste die tussen zijn tanden. Thieu liet een zakhorloge met ketting  eraan en daar nog eens een rozenkrans aan in zijn keel glijden tot aan het kruisje en haalde dan de hele handel er weer uit. En Toon, buurjongen van Thieu, brak een scheermesje doormidden, stopte het in zijn mond en kauwde het net zo lang fijn tot het een fijn poeder was geworden. Hij stak dan zijn tong uit om het resultaat aan de toeschouwer te laten  zien en slikte het vervolgens in. In de kroeg deed hij het wel eens voor een glas bier. Toon had zwaar astma, maar rookte altijd zware shag in zijn pijp. Hij stierf  vrij jong. Jan en Thieu zijn ook niet oud geworden.

Dan woonde er nog Sjang Weerts, die een minidierentuintje had met allerlei gevogelte en dieren. Soms ging hij wandelen met een jonge vos aan een riempje.
Er was het gezin Pols dat aan de St. Jozefstraat woonde. De vader ging altijd zwemmen met zijn twee dochters Dymphie en Adje in Clauskes Kuil. Ze konden heel goed zwemmen. Eens zag ik die twee meisjes langs hun huis op een zomerdag in zwempak in een stortbui staan.

Na de bevrijding barstte het plotseling van de helden in Deurne.  Ook al hadden ze zich in geen enkel opzicht tijdens de bezetting verdienstelijk gemaakt. Die 'helden' knipten vrouwen kaal die in hun ogen vriendschappelijke betrekkingen met de bezetter hadden gehad. Jammer dat ze zich later niet publiekelijk op de borst hebben geklopt, zoals dat soort nogal eens geneigd is te doen. Ze hadden dan bijvoorbeeld de Deurnese geschiedenis in kunnen gaan als de "kaalknippers van Deurne" of zo iets. 
Enige tijd later ontstond er flinke heibel in Deurne. Toen werd er om het hardst geroepen  hoe goed ze   zelf geweest waren tijdens de Duitse bezetting en hoe slecht de ander zich had gedragen.
Die strijd werd uitgevochten door de twee plaatselijke Deurnese weekbladen van na de oorlog "De Deurnesche Courant" en "Het Licht". De strijd duurde een paar jaar en bloedde toen dood. 
Het Nieuwsblad van Deurne en "De Zuidwillemsvaart", de twee bladen die hier tijdens de bezetting verschenen, hadden zich bepaald niet heldhaftig getoond en verdwenen van het toneel.
Ook tijdens de raadsvergaderingen ging het nogal eens hard tegen hard. Willem Wijnen, opposant en sympathisant van de "Deurnesche Courant' kon fel van leer trekken tegen het gemeentelijk beleid tijdens de Duitse bezetting. Toen aan de raad voorgesteld werd om Wouter Kortooms die directeur was van het gemeentelijk veenbedrijf (vader van Toon Kortooms) eervol ontslag te verlenen, protesteerde Willem hevig. Die man, zei hij, heeft de lonen tijdens de bezetting zo laag gehouden dat de mensen wel genoodzaakt waren om in Duitsland te gaan werken. Van de andere kant kwam er kritiek op Wijnen omdat hij tijdens de bezetting extra bonnen vroeg voor een boer op Vreekwijk waar hij nogal eens iets van gekregen had tijdens de bezetting.