De Peel 10


 

 

 

Goud in de Peel

“Goud in de Peel” was de titel van de documentaire over de Peel van voorheen, en de peelwerkers, die door de K.R.O.-televisie werd uitgezonden op 29 december 1980. De documentaire duurde 50 minuten en had niet alleen een hoge kijkdichtheid, maar kreeg ook een hoge waardering van de kijkers. Regisseur was Leo Akkermans. Op een latere datum was er nog een herhaling van de documentaire te zien. Het was een documentaire met de nodige kritiek op zowel het beleid van gemeentelijke overheden als op dat van geestelijken in het verleden. …………………………………
Een tiental mensen uit de Peel hadden de hoofdrol, om het zo maar te zeggen. Toon van Dam was een van hen en hij zei zich nog goed te herinneren dat hij de ribben van het magere lichaam van zijn vader kon tellen, toen hij als kind bij hem achter op de fiets zat.
……………………

Maar er kwam, ondanks de hoge kijkcijfers en de hoge waardering van de kijkers ook kritiek op de documentaire, al was het maar van een handjevol tegenstanders.
Als spreekbuis van de criticasters trad op kunstenaar Joep Coppens uit het kerkdorp Vlierden. Zijn kritiek hield onder meer in, dat er te weinig verdiensten van de kerk naar voren kwamen in de documentaire. De kritiek van bovengenoemd groepje trok ik me aan, omdat ik bij de organisatie van de documentaire betrokken was geweest.
Coppens die enkele pogingen deed om de documentaire onderuit te halen gebruikte daar onder meer de oudjes in het bejaardenhuis van Deurne voor. Hij kondigde aan dat de documentaire op 7 april nog eens op video in de recreatiezaal van het toenmalige bejaardenhuis herhaald zou worden. De oudjes zouden dan wel eens precies vertellen hoe het er werkelijk aan toe was gegaan in de Peel van weleer. Maar hij kwam bedrogen uit. Want de oudjes stelden hem in het ongelijk.
"Ik zou hetzelfde kunnen zeggen als wat Toon van Dam vertelde in de film en nog veel meer" zei een mevrouw "maar dat durfde je niet". 
……………………………………
 "Je had geen centen, maar daar was je aan gewend".
 Toen een journalist vroeg of Toon van Dam de waarheid had verteld, kreeg hij te horen: "Ja, daar zou ik mijn leven voor willen geven". En op de vraag of Van Dam de peelwerkers goed had beschreven zei iemand: "Dat heeft hij gedaan, prachtig, fijn, echt. Zo is het gebeurd, zoals Van Dam zei". 
……………………………………………
En toen de journalist vroeg of maar de helft van wat er in de documentaire te zien was met de werkelijkheid in overeenstemming was zoals beweerd werd, zei een tachtigjarige: "Dat zal wel. Waarom blijven ze toch niet thuis? "Ik begrijp niet waar ze al die geleerdheid vandaan halen. Hij (Joep Coppens) had beter thuis kunnen blijven".
 Op de kritiek dat het vroeger allemaal niet zo'n ellende was kwam van een bejaarde de reaktie: "Dat komt omdat ze het zelf niet meegemaakt hebben".

Maar het deerde Coppens niet, want hij zou wel even zijn ‘eigen’ gelijk halen middels een ingezonden stuk in het Helmonds Dagblad van 30 april 1981: 
……………………. ..

”Ondanks de teleurstellende avond in het bejaarden-tehuis St. Joseph te Deurne op 7 april, blijf ik volhouden dat de K.R.O. Peeldocumentaire een eenzijdig beeld geeft van het leven in de Peel van vóór 1914. Als ik Toon van Dam en nu ook de bejaarden moet geloven dan leek de Peel in die tijd op een soort concentratiekamp, waarin de mensen uitgebuit werden door de Veenmaatschappijen en de gemeente, terwijl de heren geestelijken de mensen bedreigden met hel en duivel. De armoede was met geen pen te beschrijven. In brieven die wij van de K.R.O.-leiding mochten ontvangen geeft zij ruiterlijk toen dát zij een eenzijdige documentaire wilde maken, omdat zij van mening is, dat er in het verleden een te romantisch en te mooi beeld is voorgespiegeld van de Peelbewoners. 
……………………
Waarom is deze documentaire eenzijdig, wat ontbreekt er aan?

1. De christelijke cultuur in positieve zin. De kerk heeft er in ruime mate toe bijgedragen dat de boeren-peelwerkers in het ontgonnen gebied een behoorlijk bedrijf konden stichten. Daarnaast het liefdewerk van talloze religieuzen.
2. De levensvreugde van de peelwerker over hele elementaire levensbehoeften. We zullen toch moeten inzien dat in een primitieve cultuur een mens wél
gelukkig kan zijn.
………………………
3. De religieuze gebruiken: de kerk, de mis, de sacramenten, processie, begrafenis, bedevaart en heiligenbeelden. De onmiskenbare positieve invloed hiervan.

Men kan toch niet aannemen dat bovengenoemde elementen alleen een negatieve of zelfs helemaal geen rol speelden in hun leven.


 

Klik hier om verder te gaan