De Peel 5


 

                      Turfkruiers en laders                           


 

Daarom kan de directeur hen ook als zijn slaven behandelen. Over ruw optreden van den directeur hoorden wij van alle kanten klachten. Bij onderzoek bleek ons echter, dat veel van de staaltjes, die men vertelde, van ouden datum zijn en we zullen daarom laten rusten hetgeen meer persoonlijk tegen den directeur wordt ingebracht. Maar uit algemeen sociaal oogpunt verdienen toestanden als bij de maatschappij Helenaveen heerschen, te worden gesignaleerd. Na jaren van zwijgen en dulden van de meest ergerlijke willekeur, is men eindelijk tot het besef gekomen van organisatie. Er zijn twee z.g. stands-organisaties opgericht, waarna later de vak-organisatie is gekomen, die nog van jongen datum is. De eerste actie kwam toen de directeur “zijn menschen” een huurcontract wilde laten teekenen  waarbij de directie of door haar aangewezen personen het volle recht en de volle beschikking zouden hebben over huis, vrouw en kinderen van de arbeiders.
Volgens dat contract moesten de deuren der woningen open zijn voor de directie te allen tijde. Wanneer de mannen werkten in ’t veld, had de directie volgens dat contract het recht, de vrouwen en kinderen voor den arbeid aan te wijzen, die zij verkoos. De vak-organisaties (de R.K. en Christelijke) hebben zich toen zoo krachtig tegen zulk een schandelijk contract teweer gesteld, dat het werd ingetrokken. Daartegenover werd echter den menschen een  reglement opgedrongen, dat ze noodgedwongen moesten aanvaarden, en dat ruimte liet voor de meeste willekeur. Er is geen sparake van dat in gemeenschappelijk overleg de loonen zijn vastgesteld –aldus vertelden mij de leiders der organisaties- de directeur bepaald naar willekeur de loonen, waaraan men zich te houden heeft. Wie reclameert krijgt te hooren: “Als het je niet bevalt, ruk je maar uit” en men beseft wat dat beteekent voor een gezin dat er zich nu eenmaal gevestigd heeft. Wanneer in een gezin een dochter meer heil ziet in uit dienen gaan dan in werken voor de maatschappij, dan wordt met uitzetting gedreigd. De directie is niet alleen heer en meester over lichaam en leven van den arbeider, ook over dat van ’t geheele gezin. Aan de beambten is de omgang met andere bewoners van Helenaveen verboden, zelfs heeft de directeur gedecreteerd dat ploegbazen met het gewone volk niet mogen omgaan. Behalve dat de loonen laag zijn –aldus vertelden mijn talrijke zegslieden mij- veel te laag en op de meest willekeurige wijze bepaald, zonder ’t geringste recht van beroep, raken vooral de minst ontwikkelden in de war door de samengestelde calculatie. De arbeiders toch ontvangen hun loon, maar ze betalen aan de maatschappij huur voor hun woning en pacht van hun grond en wat ze verschuldigd zijn wegens van de maatschappij gekochte brandstof (turf). Nu komt het dikwijls voor –zeggen de arbeiders- dat men al lang “aan” is, en toch door het  “kantoor” wordt gekort van ’t loon. En al weer: reclameeren baat niet. In 1914 werd het loon der arbeiders plotseling verlaagd tot 8 cts. per uur, en ofschoon de maatschappij in de oorlogsjaren schitterende winst maakte, is er aan de arme tobbers nooit één cent terugbetaald. Van loonuitkeering bij ziekte, bevalling of sterfgeval is absoluut geen sprake.
Die algeheele afhankelijkheid nu, het dictatoriaal optreden van den directeur, heeft de menschen naar het eenige wapen: de organisatie, doen grijpen. Het hoofdbestuur van den R.K. land- en tuinarbeidersbond heeft gezorgd, dat te Helenaveen een plaatselijke afdeeling kwam en daarnaast staat de Christelijke bond, die eendrachtig samenwerken. De voorzitter van de plaatselijke R.K. organisatie, de heer Wijnen, deelde mij mede, dat in tegenstelling met den vorige pastoor, die steeds op de hand der directie was en den R.K. arbeiders streng allen omgang met de protestanten verbood, de tegenwoordige geestelijke volkomen aan de zijde der stakers staat en hen steunt in hun strijd.
De eischen zijn thans: in de allereerste plaats erkenning der organisaties. Van arbeiderszijde werd mij meegedeeld, dat de directeur wel met de plaatselijke organisaties wil onderhandelen. Maar men weet, wat daarvan het gevolg is. Dan wordt elke actie den voormannen ingepeperd en dan worden ze “gezocht”.  Dan wordt willekeurig de pacht opgeslagen, of dan mogen ze niet meer bij-pachten, kortom, dan worden ze op alle manieren het kind van de rekening. De arbeiders stellen dus den eisch, dat de directie de organisaties ten volle zal erkennen en met de hoofdbesturen onderhandelen.
Als loon-eisch wordt o.a. gesteld voor het zware grondwerk 40 cts. per uur, voor een kind 40 cts., voor geschoolde vak-arbeiders eveneens, voor ongeschoolde 35 cts. per uur. Met den meesten nadruk echter wees men er mij op, dat bij dit conflict de loonkwestie niet de hoofdzaak is, maar de opstandigheid tegen de terreur waaronder in de twintigste eeuw de arbeiders der Maatschappij Helenaveen leven. Nu nog. Tijdens de staking, worden, om maar een voorbeeld te noemen, aan de onderwijzers, die toch buiten de staking staan, vischakten geweigerd. Overal, bij elke zijlaan, staat het hatelijke bordje “Verboden toegang ingevolge art. 361 W.v.S.”. De directeur is keizer in zijn rijk.
Hij heerscht over het leven van zijn arbeiders en hun gezinnen als in de middeleeuwen over de hoorigen en lijfeigenen werd geheerscht. Zelfs staat heel het gezinsleven onder zijn bemoeïng. - Ik weet wel, zei een der voormannen mij - dat, wanneer de directeur er op gewezen wordt dat hij ten minste de mensen vrij moet laten in eigen huis - het antwoord is: de menschen wonen goedkoop (van 40 cts. tot f 1.25) en als vertegenwoordiger der maatschappij, die eigenares is van de woningen, heb ik toch wel het recht toezicht op de bewoning te houden. Dat doet men bij Philips toch ook, en aan het Grient-veen. Maar nu moet u eens zien welk een hemelsbreed verschil er is tusschen deze genoemde woningen en de krotten op Helenaveen, waaraan nooit iets wordt gedaan. Ten slotte uitte men de grief, dat de directeur voorzitter is van de coöperatieve tuinbouw-vereeniging en precies de inkomsten en uitgaven zijner menschen nagaat, en van de wetenschap tegen de menschen gebruik maakt en ook, dat het z. g. "Koningsfonds" een geheimzinnige zaak is.
Dat Koningsfonds is indertijd door Koning Willem III gesticht ter bevordering van landbouw en veeteelt op Helenaveen. Het wordt beheerd  door de aandeelhouders en geadministreerd door den directeur. Het is bestemd om rentelooze voorschotten te verstrekken aan hen, die daardoor in staat kunnen worden gesteld een bedrijf op te richten of op peil te brengen. Men zei, dat er nooit in het openbaar rekening en verantwoording werd gedaan en ook al weer bevoorrechting  en machtsbevestiging van den dictator-directeur het gevolg zijn.
We hebben ook een onderhoud met den directeur gehad, wien wij in kennis stelden van de voornaamste grieven der arbeiders. Hij wilde ons wel te woord staan, doch verklaarde te wachten tot de grieven hem door de arbeiders zelve zouden zijn bekend gemaakt. Tot nu toe had hij daarvan nimmer iets vernomen. De loonen zijn aldus de directeur, de heer A. Bos, gelijk aan de algemeen betaalde in de streek.
De directeur verklaarde voorts alleen met de plaatselijke besturen tot onderhandelen bereid te zijn. Naar ik nog verneem is door een vergadering van stands-organisaties aan H. M. de Koninginmoeder , die beschermvrouwe van de maatschappij "Helenaveen" is, een adres gezonden, waarin gezegd wordt dat H. M's naam, die schittert op iedere bladzijde van haar leven, wordt misbruikt door de maatschappij Helenaveen, als schild dat de daar heerschende wantoestanden bedekt.”
……………………...                         

(Uit de Telegraaf van 9 augustus 1919)


 

Klik hier om verder te gaan