© Copyright Tij Kools                                                                                                                              E-mail: tij@tijkools.nl

 


Op de achterkant van deze foto schreef hij: Deze foto van Wim Martinali, zoon van Petronella Couwenberg en
Martinus Martinali na mijn dood te schenken aan Jack Harden, pleegzoon van Willi Martinali.
 

 

 

 

 

 

 

Willi Martinali
1914 - 1983
 

Op het einde van de oorlog kwam Willi Martinali naar Deurne. Via de Hoeve, Houtenhoek, Liesselseweg en het Haageind kwam hij uiteindelijk terecht in het Deurnese kerkdorp Walsberg. Lang voordat het bos waarin hij woonde werd omgedoopt tot een zogenaamd villapark van Deurne. Zijn huis werd als het ware gebouwd tussen de nishutten in de bossen. Die nishutten werden tijdens de bezetting gebruikt door de NAD (Nederlandse Arbeids Dienst) die, vooral op het einde van de oorlog 'aardig'  Duitsgezind was.
Na de bevrijding werden de nishutten, gebruikt als woning. Vanuit zijn nieuwe huis keek hij uit op die nishutten en was er nog geen sprake van luxueuze huizen.
Na de bevrijding ontfermde hij zich over zijn jonge neef Jack Harden die bij hem kwam wonen. Jack's moeder zag zich genoodzaakt om na de bevrijding met haar drie kinderen te vertrekken uit Hoensbroek. De moeder van Jack was een zus van Willi Martinali. De familie Martinali was een zeer artistieke. Zo ook Jack Harden, die op zijn dertiende al een stripverhaal tekende en de tekst schreef voor Oost-Brabant en toen hij zeventien was al exposeerde in het Van Abbemuseum in Eindhoven. 

 

 


Willi Martinali met Vlierbessen

 
 

Een verhaal van Willi Martinali over de
Vlier
 

Van de vlier, is al zoveel gezegd, verteld en geschreven, waarheid en onzin. Legendes en tover- spreuken ontstonden rondom de vlier via oude geneeskunst, magie en godsdiensten. Niet lang geleden geloofde men dat de vlier de toverkracht bezat de duivel uit te drijven. Ook nu nog gebruiken exorcisten vliertakjes voor hun zogenaamde duiveluitdrijving, dus voor lieden die in 'n duivel geloven. - de duivel die door de mens zelf gemaakt is, en bij de gratie van hun geloof ook echt voor hen bestaat.
Angst speelt hierin 'n grote rol.
Even gemakkelijk, alsof het niets is schept de mens zijn godjes, en de diensten daaraan, maar een luis maken kan hij niet. Begrijpelijk is het wel (al is het geloof in de duivel erg aan het tanen). Nog langer geleden vereerde men de vlier, eik, berk, linde en de jeneverbes als heilige bomen, ze werden bewoond door godinnen of geesten en elk van deze bomen heeft weer een ander verhaal.

Geen wonder dat men de vlier gebruikte tegen de duiven en vele ziektes. Vrouw Ellhorn of ook wel Hyldemeer genoemd, was de bewoonster van de vlier.

Vrouw Hyldemoer is weer dezelfde als vrouw Holda of vrouw Holle, die voorkomst in het kinderspelletje 'Magoggeltje' waar ze als oude vrouw met hemelrozen naar 't stervend kind komt als doodsengel om de kinderziel te halen. In Deurne gaat bij oudere mensen nog steeds het verhaaltje rond dat geneesheer Hendrik Wiegersma altijd zei: 'voor de vlier moet men de hoed afnemen wanneer je die voorbij gaat'. Dit gezegde is ook al heel oud.
De Oostenrijker zegt: 'voor de Hollerstaud'n und Kranawitt'n  ruck i mei Huat und noag bis halbe mitt'n. ( Kranawitt'n was de vrouw die in de jeneverbes woonde) in Mecklenburg zegt men:

vlier ik heb de jicht
gij hebt ze niet
neem ze van me af
dan heb ik ze niet.
 

Vroeger werd bij elk nieuw huis een vlier gestekt, vooral in de noorderstreken; om de vriendelijke hulp en zegen van vrouw Hyldemoer in te roepen was men genoodzaakt wat van haar takken te gebruiken, men zei dan:

Hyldemoer, geef me wat van jouw hout,
dan krijg je wat van het mijne in het woud.

Andere volkskundige namen voor de vlier zijn: Vledder, Vleer, Holunder, Elder, Hullender, Holdertere, Klapbushout en Vlinderboom. De oorsprong van de benaming vlier is mij niet bekend. 'n Oude boer zei me eens dat het dorpje Vlierden ontstond omdat 'utter stikte van de vliere en denne'. Vlier was vroeger vriendin van de mensen, steeds meer en meer wordt vrouw Hyldemoer uit tuin en hof geweerd, en het is toch zo'n aardige struik met haar roomkleurige schermbloemen.
In Zeeland ziet men er nog veel als afscherming van landerijen. In totaal zijn er twintig soorten vlier waarvan er 3 voorkomen in ons landje. In Limburg (Valkenburg)  groeit de Sambucus Canadensis en verder zijn er de kruidvlier en bergvlier. We hebben het echter over de zwarte vlier, Sambucus  Nigra, die tot in de Kaukasus en W. SiberiŽ te vinden is. In moderne tuinen ziet men ze niet meer. Nog wel bij oude huizen en boerderijen.

Vrouw Hyldemoer is in de vergetelheid geraakt, deze trouwe vriendin der mensen. Er is geen plaats meer voor haar, evenmin als voor andere kruiden. We zijn zover dat we bepaalde kruiden en zaden hiervan kunnen bestellen via de catalogus. Steeds minder wordt het met onze wilde flora en steeds meer kruidenboeken verschijnen er op de markt, alsof die het verlies kunnen dekken. Nog wat verder de tijd in en we kennen de wilde planten alleen nog maar uit de boeken.

Wat de mensen vroeger allemaal geloofden, er heilig van overtuigd waren, wat voor een geweldige kracht de vlier had, klinkt nu ongelooflijk. Toch is het zeker zo, dat waar iemand heilig in geloofd, het ook echt waar is, of niet soms?
Vlier mocht men niet in het vuur gooien. Wichelroedes werden ervan gesneden. Jichtlijders bestreken zich met het vlierhout en kregen er levenskracht voor in de plaats.
Vlierhout was nauw verbonden met begrafenissen, 'n vliertak om de maat van de doodskist te nemen. 'n Vlierhouten kruisje ging me in de kist en 'n bladerloze scheut als zweep voor de voerman die de dode naar 't kerkhof reed. Waar de vlier al niet goed voor was.
Goed gedroogd, uitgehold vlierhout, in verschillende maten en diktes, gehangen aan touwtjes, werden een soort Xylofoon, het geluid was niet erg klankvol maar 'n aardig speelgoed in de jaren twintig en dertig.
Ja, bij de jeugd was het vlierhout populair. Elke jongen had in de tijd dat de elzenproppen groen waren wel 'n proppenschieter of schietbus, soms bewerkt met uitgesneden figuurtjes. Een recht stuk vlierhout, ontdaan van de bast en merg, een stempel van wilgenhout, met aan het uiteinde een soort 'kroef' of 'flos', die ontstond door het eind met speeksel te bevochtigen en ermee op 'n muur te kerven. De groene elzenproppen diende  munitie.
Telkens werden er twee proppen gebruikt. Door de samengeperste lucht in de holle buis vloog de voorste prop er met een harde knal uit, maar niet ten gerieve van de huismoeders. Op de witte was veroorzaakte het vieze groene vlekken.

Als kind mocht ik met mijn grootmoeder eens mee naar een naburig dorp om 'n jonge poes te halen. Op de terugweg kwamen we langs een vlierbos. Mijn grootmoeder nam het poesje op haar arm en liep zeven keer om de struik waarbij ze bezwerend zong:

Vliermoeder vlier,
help dit arme dier,
jaag de duivel uit d'r lijf,
dan bak ik van jouw 'n grote schijf
dank je moeder vlier.

Waarom doe je dat grootmoeder? Ze zei: nu loopt de kat nooit meer weg, ze zal goed 'meuze' (muizen vangen) en ... nie in d'n hert schijte. Daarna plukte grootmoeder 'n stuk of was grote bloemschermen van de struik waar we later lekker van smulden, want ze bakt er vlierbloesemstruif met stroop van.

Alles aan de vlierstruik was geneeskrachtig -nu nog!!
Door vrouw Hyldemoer aan ons geschonken om het leven te verlengen. De bessen: ze reinigen het bloed, eet ze wanneer ze rijp zijn en u gaat gereinigd de winter in. Ik eet elke morgen een met honing gesmeerde snee brood (volkoren) bestrooid met zwarte vlierbessen.
In een boek uit 1621 staat het volgende verhaaltje:  Een koning op jacht verdwaald in het woud en komt doodmoe aan bij een schamele hut waar een oude man voor de deur zit te huilen. Als de koning naar zijn treurnis vraagt zegt de oude man "mijn vader heeft me geslagen". De koning keek verbaasd, want hoe oud moet die vader dan wel niet zijn. Hij gaat naar binnen en verneemt dat de oude vader zijn zoon sloeg omdat hij zijn grootvader al te hard op de bank had neergezet. De koning kwam achter het geheim van hun ongelooflijk lang leven.
Hun kost was sober. Zij aten enkel brood met met zout, boter, melk, kaas en vlierbessen. In de zomer verse, in de winter gedroogde. Vroeger vond men de zwarte vlier bij dokters en notarishuizen, bij elke pastorie en boerenhofstede,maar ook bij arbeiderswoningen. De boeren hielde elk voorjaar 'n kuur om hun bloed te zuiveren. Acht bladeren van de vlier werden zeer klein gesneden, welke men tien minuten lang liet koken. Dit kooksel dronk men elke morgen 'n kop vol op nuchtere maag, een uur later gebruikte men het ontbijt. Het hele jaar door kan deze kuur genomen worden door de liefhebbers. Ook al zijn de bladeren gedroogd, ze geven toch nog een goede thee die de lichaamsstoffen zuivert en de afvalstoffen doet oplossen.

Voor de antibiotica uitgevonden was, was vlierbloesem  ook in de praktijk van verschillende huisdokters het middel tegen gewone griep en bronchitis. De dosering was van dien aard, dat er een flinke  zweetvorming moest ontstaan. Een flinke verkoudheid kan men inderdaad met vlierbloesenthee wegwerken. Een theelepel per kop water langzaam tegen de kook brengen, na tien minuten trekken zo warm mogelijk sloksgewijze drinken (al of niet gezoet met honing). Men neemt drie koppen achter elkaar en gaat dan snel onder de wol. Dan ontstaat er een echte zweetkuur. Kleine hoeveelheden van elk een theelepel vlier en lindebloesem per kop water, gezoet met honing, werden tegen buikklachten gebruikt. En denk nu maar niet lieve lezers dat het vroeger alleen gebeurde. Er zijn duizenden mensen die dagelijks en kopje van deze thee drinken en zich er wel bij voelen. Men zegt wel eens; van 't varken wordt alles gebruikt, zelfs de stront. Van de vlier wordt ook alles gebruikt. De wortel, het hout, de bast, bladeren en bloemen, de bessen en het merg. Als de mensen wat meer van de vlier en minder van 't 'verreke' gebruikten, zou het heel wat ongemakken voorkomen.

Waar komt het woord vlier vandaan? Het riviertje 'de Vlier', zijtak van de Bakelse Aa, stroomt door Deurne. Dan is er het dorp dat Vlierden heet. Ik ken een meisje met de roepnaam Vlier, maar ook 'n hondje in Vlierden heet Vliertje. In Den Bosch woont een man die Vliervoet als familienaam draagt.  In het Duits is een sering 'ein flieder'. Is het mogelijk dat 'flieder'  en 'vlier' iets met elkaar te maken hebben? Door naamsverschuiving? Syringiae (latijn) is hol, fluit, riet. De Griekse herders in de Oudheid maakten fluitjes van de mergrijke takken van de Philadelphus (boerenjasmijn) en 'o wonder' de Brabantse kinderen in de jaren twintig maakten 'n soort blokfluit van vlierhout. Wisten zij veel van Griekse herders uit de Oudheid. En na een naamsverschuiving zou de tegenwoordige sering - flieder, zijn naam hebben gekregen. Misschien is het nooit te achterhalen, maar speelt de 16e eeuwse naam seringa (op Kreta de naam voor sering) wel een rol, met de namen vlier - flieder, ook bezien vanuit hun mergrijke takken en de gebruikers hiervan.

Voor de insecten zijn de bloemen van de vlier niet aantrekkelijk, hoe sterk ze ook geuren, want de nectar ontbreekt. Als snijbloem is het een mislukking. De vogels verspreiden de bessen -zaden -, zodat op de meest gekke plaatsen vlierstruikjes verschijnen, op daken, muren en in knotwilgen.

Vlierbloesem drogen.
Pluk ze als de bloemscherm nog niet helemaal open is. De buitenste bloemen bloeien 't eerst. Kneus de geplukte schermen niet, droog ze op een droograam (bespannen met nylon, tule of katoen) of hang ze op aan een draad. Stapel de schermen niet op elkaar - de bloemtrossen mogen elkaar niet raken, zodat de kleur mooi blak blijft, want bij volledig behoud van de kleur zijn ze bruikbaar.
Met behulp van een zeef kan men de bloempjes scheiden van de steeltjes. BEWAAR ze droog en ingesloten.
Vlierbloesem water wordt gebruikt als oogwater en huidlotion.
Verse vlierbloesem door beslag gehaald, in frituurvet gebakken, zijn lekkere  toetjes.
Vlierbloesem thee tegen astma en bronchitis, blijkt ook goed te zijn bij suikerziekte.
Een sterk aftreksel van rauwe bloemen verdrijft de mieren.
Elk reformhuis en bijna alle drogisterijen kunnen u gedroogde vlierbloesem leveren, maar ook vele andere soorten geneeskruiden. De vlierbloesems zijn opgenomen in de Pharmacopee.
Vlierbloesem wijn: 3 Pond, nog niet helemaal rijpe vlierbessen, worden door een zeef of sapcentrifuge fijn gewreven - de bessenpulp nog eenmaal met een liter water opkoken en warm uitpersen - toevoegen aan het bessensap en met ruim 1 kilo suiker laten gisten. De gisting duurt een half jaar. Na de gisting bedraagt het alcoholgehalte 7%. Voeg bij elke liter uitgegist sap nog 40 cc alcohol van 90% en 100 gram suiker. Vroeger dronk het scheepsvolk deze wijn bij voorkeur tegen neuralgieŽn.
Vlierbessen gelei: Pers het sap uit de bessen, voeg suiker toe naar eigen smaak. Op 4 delen sap 1 deel suiker. Laat het mengsel koken inkoken tot  een dikke gelei. Om de smaak pittiger te maken worden ook wel voorgeweekte rozijnen mee geperst.
De bessen bevatten vitamine C en F, de anti longontstekingfactor. De bessen en bloemen vormen een grondstof voor de farmaceutische industrie.
De bladeren: Thee van de bladeren voert galstenen af.
De bladeren bevatten veel kaliumnitraat dat de nieren aanzet. Gekneusde bladeren in de slaapkamer verjaagd de muggen. Een sterk aftreksel van de bladeren (evenals dat van de brandnetel) verdrijft de mieren. Thee van de wortels getrokken helpt tegen vetzucht en is urinedrijvend. Thee van de bast werkt laxerend.
Het merg van de vlier vindt nog aanwending bij het snijden van microscopische preparaten. De vlier wordt nog gebruikt om wol en katoen te verven. De bladeren geven een groene kleur met aluinbeits, de bessen geven een blauwlila kleur met aluin en zout als beits - met aluin alleen een violette kleur. De bast geeft zwart met ijzerbeits. De verhoudingen van de hierboven genoemde mogelijkheden is: 100% bladeren of bessen - 100% wol.
14 Eeuwse recept uit het Nurnberger Handschrift: "wilt du gut ploe (blauw) machen, so nym gut holderper (vlierbes) und druck das saf dorauf durch ein tuch und nym weytaschen und gebernt kalch und mach dovon ein laugen und geuss ein wenig doran und las es sten ein weyle mit einander.

Bestanddelen van de vlier. Valeriaanzuur, Looistoffen, Hars, Suiker, Slijm, Appel en Wijnzuur, Eterische olie, Blauwzuur glucoside, Sambunigrine, een weinig Cyanogeen, Flavon  -  Glucoside, Rutine, Choline en Pectine.

Evenmin als men zelf experimenteert met geneesmiddelen van chemische aard - maar altijd onder toezicht van een dokter - knoeit men niet met geneeskrachtige kruiden (waaronder veelgiftige soorten schuilen).
Groepen mensen die ervan overtuigd zijn bepaalde kwalen te kunnen genezen met kruiden, doen dit niet zonder de hulp van een Homeopathische arts. Gebruik bij elke droging, van welke aard dan ook, nooit grote hoeveelheden.
Voorzichtigheid is geboden.

November 1976,

Willi Martinali.   
 
 



 

 

Willi Martinali tussen de vlierbessen
 

Kunstenares Maria Kruysen op bezoek bij Willi Martinali in Deurne